Gouden momenten met de kinderen van familie Blom

In de tv-serie Een huis vol kunnen we de belevenissen volgen van het grote gezin Blom. Moeder Gerdien (43) deelt nu met ons hoe zij het Bijbellezen vormgeven met 7 kinderen (1 tot 15 jaar). Hoe spelen zij in op de verschillende leeftijden? En welke gouden geloofsmomenten beleefden zij en Maarten met hun kinderen? Ook deelt ze over de troostende gesprekken na het overlijden van hun 6-jarige dochter Miriam.

‘Bijbellezen aan tafel komt er vaak niet van’

‘Bijbellezen aan tafel is bij ons te onrustig. Aan tafel zingen we wel liedjes, maar het lezen gebeurt als ze naar bed gaan. Dat werkt gewoon beter met zo’n groot gezin. Ik vind het weleens jammer, want eigenlijk vind ik het tafelmoment heel belangrijk, maar het komt er gewoon vaak niet van, iedereen heeft daarna ook nog z’n sporten en andere hobby’s.

In plaats daarvan lezen we dus bij het slapengaan en we hebben dat opgesplitst per leeftijd. We proberen te kijken wat ze nodig hebben. Voor de kleintjes hebben we de Prentenbijbel, vooral Jozua van 3 vindt die platen zo mooi. Met jongens van 5, 7 en 10 – Gideon, Julian en Ezra – doen we het Bijbelmoment tegelijk, want die slapen op één kamer. Aan hen vertelt Maarten zelf een verhaal; hij is echt een verteller en zo maak je het persoonlijk. Hij stopt er veel Bijbelkennis in, dat vinden ze leuk. Met Tijmen en Yaél van 15 en 13 lees ik vaak een-op-een uit de gewone Bijbel. Zij vinden de Herziene Statenvertaling prettig, ze hebben de jongerenversie.’

Zelf verhalen vertellen

‘Ik heb hier ook wel allerlei dagboekjes geprobeerd, maar onze kinderen houden meer van gewoon echt de Bijbel. Een ander boekje kan ook weleens leuk zijn, maar op een gegeven moment willen ze gewoon nieuwe verhalen. Zelf verhalen vertellen werkt dan goed, zo blijft het spannend.

Omdat Maarten voorganger is en we ook vaak kinderkampen hebben geleid, waren we al gewend aan zelf vertellen. Ik kan me voorstellen dat dit niet voor iedereen werkt, maar als je het kunt is het wel erg leuk! Vooral omdat je dan oogcontact met ze houdt, en ze kunnen je makkelijk onderbreken met vragen. Je hoeft niet op de bladzijden te letten, dus je ziet goed of ze er nog bij zijn. Als eentje is afgeleid kun je hem er makkelijk weer bij betrekken.

Maarten gaat de hele Bijbel door met zijn verhalen; nu is hij bij Rechters. Hij bereidt dat steeds voor aan de hand van de Bijbel, dan weegt hij af welke feitjes erin kunnen en hoe hij het bijvoorbeeld zo kan brengen dat het niet te bloederig wordt.’

‘De kinderen maken de kloof tussen ons en de hemel kleiner’

Elk kind is anders

Elk kind is zo anders en we proberen te kijken wat ze nodig hebben. Tijmen is bijvoorbeeld een echte denker en merkt het op als er discussie bestaat over bepaalde onderwerpen, dan praten we daarover door. Bijvoorbeeld over de rol van mannen en vrouwen of over seksualiteit. Dan zegt hij: “Mam, heel veel dingen staan superduidelijk in de Bijbel. Waarom doen we er in de kerk dan zo moeilijk over?” Hij houdt vooral van de brieven van Paulus en Johannes, waarin je zulke dingen kunt lezen. Yaél is daar nog niet aan toe, die vindt verhalen zoals in Genesis leuk; dat heb ik net helemaal met haar gelezen. Gideon, Julian en Ezra houden vooral van de rechters en koningen.’

Gouden moment

‘Tijmen is nu 15, die heeft binnenkort vast niet meer zo’n zin om alles met z’n moeder te bespreken. Hij zegt nu soms al: “Mam, ik lees het zelf wel.” Gelukkig is het niet allemaal aan ons als ouders, op andere manieren pikken ze ook veel op. Ze hebben heel positieve vriendengroepen, bijvoorbeeld een app-groep die Followers of Jesus heet. Die doen met elkaar Bijbelstudie, dat vindt hij natuurlijk leuker dan met zijn moeder.

Tijmen: ‘O mam, ik heb trouwens mijn getuigenis gegeven op het podium’

Laatst verraste hij ons, hij kwam terug van een christelijk scholierenweekend en zei: “O mam, ik heb trouwens mijn getuigenis gegeven op het podium.” Hij had iets heel kwetsbaars verteld, zijn vrienden hadden het opgenomen. Een spreker had het gehad over de vraag: als er iets ergs gebeurt, ga je dan vechten, vluchten of bevries je? Tijmen legde de link met zijn eigen leven. En toen wilde hij daar voor driehonderd man vertellen hoe moeilijk hij het had nadat zijn zusje was overleden, dat hij van schrik helemaal bevroor en niet meer wist wat hij moest doen, maar hoe hij toch hoop vond bij Jezus. Zo mooi … Dat was echt zo’n gouden moment. Het raakte me dat hij zo kwetsbaar durfde te zijn daar op het podium, en om te zien hoe het geloof in zijn hart leeft. Want dát is waar het ons vooral om gaat, die levende relatie met de Heer Jezus. Daarin was hij eigenlijk volwassener dan ik dacht.’

Troost

Hun dochter Miriam overleed op 6-jarige leeftijd aan een bloedvergiftiging toen het gezin zendingswerk deed in Albanië. ‘Die gebeurtenis is voor ons allemaal verweven met ons leven. We merken dat onze kinderen op hun manier veel troost geven aan ons als ouders. De avond van Miriams overlijden zei ik nog: “Had ik maar vaker gezegd hoeveel ik van haar hou.” Dat vond ik zó moeilijk. Yaél, die toen 7 jaar was, hoorde het en zei: “Mama, daar hoeft u toch niet zo verdrietig over te zijn? Dat kunt u toch gewoon aan de Heer Jezus vragen, dan kan Hij dat toch tegen haar zeggen?” Juist de kinderen maken de kloof tussen ons en de hemel kleiner.

‘De avond dat ze overleed hadden we een wonderlijk laatste geloofsgesprek met Miriam’

De avond dat ze overleed hadden we een wonderlijk laatste geloofsgesprek met Miriam. Ik zou voor het slapengaan een Bijbelverhaal vertellen aan Miriam en Yaél. Ik wilde vertellen over Jezus na zijn opstanding, dus ik begon met: “Toen Jezus was opgestaan uit de dood, toen heeft Hij de discipelen nog een paar keer gezien.” Nog voor ik verder kon, stelde Miriam allemaal vragen over het opstandingslichaam van Jezus. “Hoe zag zijn lichaam er dan uit? Kon Hij door de muren lopen? Kon Hij eten?” Ze bleef maar vragen stellen, dus praatten we daar een tijdje over. Ook vroeg ze zich af hoe het afliep met Petrus. Dat hij later is vermoord vonden ze natuurlijk helemaal interessant. Toen het echt tijd werd om te slapen sloot ik af met: “Ja, hij ging dood, maar toch was het niet erg, want hij ging gelijk naar de Here Jezus.” En dat was de nacht dat Miriam ziek werd en overleed. Bijzonder dat het die laatste avond over het verheerlijkte lichaam ging, en dat alles juist beter wordt na je dood. In haar laatste momenten wist ze dat ze gelijk bij Jezus zou komen, dat is een grote troost.’

Tekst: Yvonne Bos // Fotografie: Carla Manten

Gouden uitspraken bij de familie Blom

  • Tijmen toen hij 4 was: ‘Ik heb een goed idee … Ik neem deze stok mee naar de hemel. Want misschien heeft de Here God wel een foutje gemaakt en is Goliat per ongeluk in de hemel en dan kan ik hem slaan.’
  • Tijmen even later: ‘Kan ik mijn kinderbijbel meenemen naar de hemel? Als ik Petrus dan zie, kan ik laten zien dat hij erin staat.’
  • Julian: ‘In de nieuwe hemel en aarde, kan ik dan op een jachtluipaard en dan heel hard racen?’
  • Was Ruth nu met Machlon of Chiljon getrouwd? Als wij een Bijbelverhaal vertelden, vroeg Tijmen (4) altijd van die vragen die we niet uit ons hoofd wisten. Dus die avond bad hij: ‘Lieve Here God, wilt u papa en mama helpen, zodat ze de Bijbel beter onthouden.’
  • Toen we in Albanië woonden, was Yaél (3) eens aan het bidden voor Jody en zijn hertje, dus ik zei: ‘Daar hoef je niet voor te bidden hoor, dat is maar een filmpje.’ Vraagt ze: ‘Hoef ik dan ook niet meer te bidden voor alle mensen op Skype?’
  • Miriam trok met een parmantige blik aan haar staartjes en zei: ‘Jezus woont in mijn haartje!’